Dag 32: van Foncebadon naar Ponferrada (26.8km)
Een zeer mistige en vroege ochtend, gelukkig was het gestopt met regenen (gisteren hebben we zes uur in de regen gelopen… niet plezant). De meeste pelgrims zijn trouwens zer vroege vogels, vanaf 5.30 gaan de wekkers af en om 6.30 beginnen de eerste pelgrims aan de wandeldag. Neen, pelgrimeren is niet voor wie graag uitslaapt…
Maar goed, vandaag wacht ons een kleine mijlpaal: de hoogste top van de camino, de Cruz de Ferro, een vijftien meter hoog kruis op een kleine ‘berg’. De cruz heeft grote pelgrimsbekendheid, iedere pelgrim heeft met name een ‘steen’ meegenomen van huis. Die steen staat voor iets dat je dierbaar is, een herinnering of een zonde (of iets anders) dat je wil achterlaten. Ik heb twee stenen meegenomen, zowel Giula als Mila hebben hun naam erop gezet. Aangekomen bij de Cuz de ferro plaats ik ze bovenop de berg met stenen, foto’s, lintjes, hartjes, brieven enz.
Het is helaas nog mistig dus we kunnen het fantastisch landschap nog niet helemaal bewonderen maar toch is de omgeving al supermooi, we zijn omgeven door bergen en kleurrijke bloemen met lavendel en in de vroege ochtend geeft dat mistig landschap een heel bijzonder gevoel. Zo wandelen we de hele dag door, de weg in niet altijd even makkelijk (grote blokken en stenen, oppassen met de enkels) maar de omgeving is wondermooi. Het is ook minder warm dan de voorbije dagen, ideaal dus.
Aangekomen in Ponferrada, een stadje met in het midden een gigantisch kasteel, een burcht gebouwd door de tempeliers in de vijfde eeuw. De stad is nog zeer doordrongen van de tempeliers, je ziet ze overal en dat stukje geschiedenis is nog zeer aanwezig.
We gaan allen samen gaan eten (de jonge garde waarmee ik op stap ben sinds leon en Dan, mijn australische vriend); onze restaurant rekening = 81euro voor vijf personen… Spanje is toch een pak goedkoper, jawel.




















































