Dag 45 : van Cée naar Finisterra (17km)
Mijn allerlaatste wandeldag.
De dag start fantastisch, we slapen een beetje uit en eten een zelfgemaakt ontbijt in het appartementje dat we gehuurd hebben in Cée (geen slaapzaal!). De zon schijnt door het raam, het belooft een mooie dag te worden. Voor de laatste keer maken we ons klaar voor een wandeldag. Dat is altijd met hetzelfde ritueel, dat ik nu al 45 dagen elke dag heb uitgevoerd, ik smeer mijn voeten in met de NOK crème, doe mijn schoenen aan, zet het petje op mijn hoofd en gesp mijn Rugzak rond mijn middel. Allemaal zeer vertrouwde bewegingen, voor de laatste keer.
Met de zon in onze rug beginnen we te wandelen, ik herinner me de pijnlijke voeten die ik had de eerste weken van de camino, daar blijft nu niets van over, mijn benen doen elke stap automatisch, mijn voeten zijn nu perfect gewend aan het wandelen en aan het gewicht (misschien toch maar meteen een nieuwe camino wandelen ?!)
De laatste wandeling is meteen een hele mooie, we wandelen langs de bossen en onder bomen, links beginnen we de oceaan te voelen en te ruiken. Hoe dichter we komen, hoe blauwer de hemel. Ik kom het bos uit en daar is de zee. Ze glinstert in de zon. Groots. Ik kan wel huilen, zo mooi, de perfecte plek om dit avontuur te beëindigen.
Ik wandel het strand op en ga zo Finisterra binnen. PJ, Leonie en Kasper zijn er al en wachten mij op aan het strand. We beslissen om onze rugzakken aan te houden en meteen naar de vuurtoren te stappen, daar is het echte ‘einde’ van de camino, het kilometer nul - punt. Het moet met de rugzak aan vinden we. Terwijl we wandelen komen we nog twee heel oude bekenden tegen, Hélène en Joy zijn met de bus naar Finisterra gekomen, het weerzien is hartelijk. We wandelen nu helemaal naar boven en bereiken rond de middag de vuurtoren, we vallen in elkaars armen en kijken uit op de oceaan. Hier is echt het einde, we kunnen letterlijk niet meer verder wandelen. De zon staat hoog aan de hemel en we zetten ons neer, elke met onze eigen gedachten en emoties. Kasper leest een brief van zijn ouders die hij meekreeg. Ik denk aan wat dit avontuur mij allemaal gegeven heeft. We nemen nog enkele foto’s met dit prachtig uitzicht. Net wanneer ik wil vertrekken komt een canadees naar mij toe en vraagt of ik een mooie foto wil nemen met zin vriendin. Ze staan op een rots, ik neem enkele foto’s en plots draait de man zich naar zijn vriendin, gaat op 1 knie en haalt een ring boven ‘Will you marry me?’, iedereen klapt en ik blijf foto’s nemen van een stralende man en een huilende vrouw. Wat een prachtig moment to pop the question.
Er rest ons nog 1 ding te doen, we wandelen weer naar Finisterra en halen onze handdoeken boven, we kunnen niet vertrekken zonder een duik te nemen in de oceaan natuurlijk. Het was even bibberen maar dan voelt het heerlijk.
Zometeen starten we met vieren (lees: de flessen openen) maar eerst wil nog een paar ideetje uitlichten dat ik meeneem uit mijn camino, heel kort want ik wil hier niet overkomen als een predikant:
* het leven past in een rugzak
Er is iets radicaals aan het terugbrengen van je hele bestaan tot wat je op je rug kunt dragen. Geen schermen. Geen agenda. Geen eindeloze beslissingen. Alleen het pad, je adem en de volgende stap. Ik verwachtte het lawaai te missen. In plaats daarvan vond ik een mentale helderheid die ik al jaren niet meer had gevoeld. De vermoeidheid was fysiek en mijn geest kwam tot leven in de stilte die volgde.
* de camino geeft altijd terug
Er waren dagen van aanhoudende regen die overal doorheen trok. Dagen waarop 28 km onmogelijk voelde. Dagen waarop het pad iets naar me toe wierp waar ik niet klaar voor was. Maar nu ben ik klaar, en dat zijn niet de momenten waar ik naar terugkeer. Wat ik me herinner zijn de landschappen, de mensen, het samen delen van momenten . De mensen van wie ik ben gaan houden. Het moment waarop de kathedraal van Santiago voor het eerst in zicht kwam. Ontbering vervaagt. Wat blijft, is wat je ermee hebt gedaan.














































