Dag 7: van Nasbinals naar Saint Chély d’Aubrac (16.7 km)
Vetrokken met een stralende lentezo, uit het charmante Nasbinals. Dit is de etape waar ik heel erg naar uitgekeken heb deze week, ten eerste omdat ze slechts 16.7 km is en ten tweede omdat iedereen zegt dat dit het mooiste stukje is van de camino van Le Puy, ook de reisgids. Het hele traject van vandaag maakt trouwens deel uit van Unesco werelderfgoed.
En dat is niet overdreven!! Waaw waaw waaw, ik,voelde vleugels onder mijn voeten terwijl de Aveyron binnenstapten op de plateau van l’Aubrac, een groots uitgestrekt gebied met in de verte de sneeuwtoppen van de Alpen. Kilometerslang wandelen we door een landschap dat uit een postkaartje komt. Privé eigendom blijkbaar van de landbouwers, binnen twee weken staan de velden vol met koeien.
We deden een tussenstop in Aubrac, een dorpje dat gekend is voor de ‘Domerie’, een groot kloosterdomein dat ooit diende als onder meer toevluchtsoord voor pelgrims, indien ze de grote vlakte hadden overleefd van rovers, sneeuw en kou was dit de eerste plek dat ze tegenkwamen en opvang vroegen. Het werd trouwens opgericht in de 12de eeuw door 1 van de graven van Vlaanderen! Adald genaamd blijkbaar, zelf een pelgrim die het een taak van God beschouwde om voor andere pelgrims te zorgen. Wij hadden de vlakte overleefd en dronken dus een drankje tegen de muren van de Domerie.
Ondertussen werd het steeds warmer, een lange broek werd een short en de zonnebril ging op.
Twee mannen liepen in onze buurt, een twintiger met een jonge gast van ongeveer 17. Iemand vroeg aan de man wat voor hij werk hij deed en hij zei ‘dit is mijn job’. Blijkbaar begeleidt hij jonge probleemjongeren op de weg naar Compostela, die gasten krijgen van de jeugdrechter vaak de keuze, of een instelling of met een begeleider enkele maanden op weg naar Santiago. Wat een opmerkelijk maar goed initiatief, de organisatie die dat doet in frankrijk heet blijkbaar Le Seuil. Ik had er andere pilgrims ook al over horen spreken. Ik vraag me af of zoiets ook bij ons bestaat, hopelijk wel.
Voor het vervolg van de weg doken we nog verder de diepte in, in de vallei van de Lot. De zon ging fel door, gelukkig was er genoeg schaduw en af en toe een rivier om in te pootje baden (zie foto).
Aangekomen in Gîte Saint André, mooiste plek tot nu toe. Ik kan van hieruit zelfs de zon ruiken. Topdag.





Mijn leraar geschiedenis uit het Sint-Pieterscollege in Leuven heeft nog in samenspraak met de jeugdrechtbank jongeren begeleid op hun voettocht naar Compostela. Ik spreek dan over 1980-1982. Bestaat of bestond dus ook in België.
BeantwoordenVerwijderenOndertekend, Hein
BeantwoordenVerwijderen